VIJF VRAGEN OVER VIS

WAT BETEKENEN DE RANDEN VAN HET WAD VOOR VIS?

WAT BETEKENEN SCHELPDIERBANKEN VOOR VIS?

HOE GEBRUIKEN SCHOOLVORMENDE VISSEN DE WADDENZEE?

HOE GEBRUIKEN GROTE VISSEN DE WADDENZEE?

HOE GEVEN WE VIS IN DE WADDENZEE EEN BETER TOEKOMST-PERSPECTIEF?

WAT BETEKENEN DE RANDEN VAN HET WAD VOOR VIS?

De Waddenzee staat bekend als kraamkamer voor veel vissen die in de Noordzee leven. Bij vismonitoring in de Waddenzee worden traditioneel vooral de grote geulen geïnventariseerd, maar de randen van het wad zijn voor jonge vissen waarschijnlijk ook van groot belang.

Bij de juiste begroeiing bieden kwelders voedsel aan vissen in de vorm van vlokreeften en insecten.  In dit onderzoek wordt daarom geëxperimenteerd met verschillende vormen van begrazing en waterbeheer op de kwelders.

Kwelders
De waarde van kwelders is al langer bekend, maar dan vooral vanwege de bijzondere kweldervegetatie en de functie als hoogwatervluchtplaats en foerageergebied voor vogels. Maar uit onderzoek in onder andere Frankrijk en Duitsland blijkt dat de kwelder ook van groot belang is voor vissen. Kleine vissen zoals driedoornige stekelbaars, haring, sprot, spiering en grondel schuilen in de kleine kreekjes van de kwelder en voeden zich daar met kleine diertjes als borstelwormen, vlokreeftjes en garnalen. Tijdens hoogwater zwemmen sommige soorten de kwelder op om daar op vlokreeftjes te jagen. Ook eten sommige vissen insecten die van overhangende kwelderplanten in het water in de geul vallen. De manier waarop de kwelder beheerd wordt (de mate van begrazing) en waterbeheer lijkt invloed te hebben op de beschikbaarheid van vlokreeften en insecten voor de vissen. In dit onderzoek onderzoeken we daarom welk beheer van de kwelder voor vissen het gunstigst is.

Dijken
Ook de ‘harde randen’ van de Waddenzee kunnen jonge vis beschutting en voedsel bieden. Een strakke kale dijk heeft waarschijnlijk minder te bieden dan een dijk met meer structuur, holtes, en substraat waaraan mossels, anemonen en zakpijpen zich kunnen hechten. We onderzoeken welke rol dijken voor vissen kunnen hebben en hoe die rol verbeterd kan worden, bijvoorbeeld door langs de dijk natuurlijke materialen met meer structuur aan te brengen.

 

HOE GAAN WE DAT ONDERZOEKEN?

 

Bepalen jaarrond gebruik van kwelders door vissen
Een zestal kweldersystemen langs de kust van de eilanden en het vaste land van Friesland en Groningen wordt een het hele jaar door met fuiken bemonsterd, om zo een beeld te krijgen van gebruik van de kwelders door verschillende vissoorten. De uitgekozen kwelders verschillen in beheer en in natuurlijke omstandigheden, zoals zoutgehalte.

Experimenten met vegetatiebeheer
Op deze locaties worden ook diverse experimenten uitgevoerd. Op de vastelandskwelders wordt geëxperimenteerd met verschillende vormen van schapenbegrazing en bekeken wat het effect op vissen is.

Experimenten met waterbeheer
Op de kunstmatige kwelders van Groningen (de kwelderwerken) wordt de hoeveelheid water op de hoge delen en het zoutgehalte van het water sterk beïnvloed door keuzes in het waterbeheer. We experimenteren in samenwerking met Rijkswaterstaat en Het Groninger Landschap met diverse vormen van waterbeheer om te zien wat het effect op vissen is. Ook wordt geëxperimenteerd met de aanleg van kunstmatige poelen en onderzocht of deze voedsel en voortplantingsbiotoop kunnen bieden voor vissen.

Bepalen bijdrage versterking visstand aan voedselweb
Niet alleen vissen profiteren van optimalisatie van de randen van het wad als kraamkamer. Op hun beurt vormen ze voedsel voor andere dieren. Door het analyseren van de maaginhoud van grotere vissen en de ontlasting van vogels wordt de bijdrage van vis aan het bredere kwelderecosysteem bepaald. Hierbij sluiten we aan op langlopend kwelderonderzoek op Schiermonnikoog.

Verrijken van dijkvoet
Op enkele plekken wordt de dijkvoet verrijkt met rifstructuren, om zo een habitat voor vis te creëren. Hiervoor worden pakketten van schelpmateriaal en levende schelpdieren aangebracht, die mogelijk kunnen dienen als schuilplaats en voortplantingshabitat voor vissen.

Wie?
Onderzoeksinstituut: Rijksuniversiteit Groningen

Onderzoeker (promovendus): Hanna Charan-Dixon